maandag 29 juli 2013

Wat een giga-groot land, Brazilië.


We verlaten de Pantanal en onderweg vinden we een heel pittoresk dorpje: Cidade de Goias, erg oud en heel authentiek. Op zoek naar een overnachtings plek vinden we een zwempark met camping, erg mooi maar veel geluidsoverlast, echt die Brazilianen breken wat dat betreft alle records.

We besluiten eerst naar het noorden te rijden en dan via de kust naar het zuiden, zodat we in het begin van de zomer niet weer in de kou zitten zoals verleden jaar.
Het zijn heel grote afstanden hier. We rijden echt de hele dag langs maïsvelden, zo ver als het oog rijkt. Ze maaken er hier brandstof van, zelfs zoveel dat ze het kunnen exporteren. We zien de mega steden niet zo zitten en slaan voor Brasilia al af naar het noorden de 153 op. Een erg drukke weg met veel vrachtverkeer en maar 2 baans, wat het soms wel erg spannend maakt. Zeker omdat het erg heuvelachtig is moet er natuurlijk helling op ingehaald worden.
Je kunt onderweg goed eten en slapen bij de grote tankstations maar het is daar best druk en niet zo rustig dus zoeken we vaak een wat meer afgelegen plekje. Zo komen we ook aan een groot stuwmeer: Lago Serra de Mesa. Hier liggen ook wat woonboten, sommige op de kant omdat het meer nu wel 15 meter lager staat dan voorheen. We maken leuk contact met een paar woonboot-mensen: Swami en Saulo. Helaas komen er een stel gekken 's nachts met een als discotheek omgebouwde auto voor hun feest en wij hebben geen prettige nacht. Als we weg willen gaan zijn de start accu's leeg. Dat had ik al eerder gehad. We gaan op zoek en naar een accu specialist en het blijkt dat een van onze start accu's is overleden. We zetten er 2 nieuwe in en gaan maar weer terug naar het meer. We maken met Swami en Saulo een mooie zon's ondergang tocht over het meer.

De volgende stop is weer 600 km verder bij Palmas.
Helaas laat de Turtle ons in de steek. Hij houdt in en loopt niet meer goed. Het diesel filter is bijna leeg, dus denk ik dat hij ergens valse lucht trekt. Zoeken, zoeken, maar het probleem wordt steeds erger. 10 km voor Urupi stranden we echt. Ik krijg hem niet meer aan de gang. Het wordt al donker en daar staan we dan op een erg drukke twee baans weg waar het verkeer ons voorbij raast. Ik stop een brommer en deze belooft hulp te sturen, maar we zien niemand komen en ook de politie stopt niet ???? Het is nu donker. Met veel lichten weten we eindelijk een politie wagen te stoppen. Het is geen verkeerspolitie, maar ze waarschuwen deze over de radio. Dan stopt er ook nog een man in een pick-up. Hij is monteur en wil wel even kijken. Gelukkig komt de politie ook en dat maakt het wat veiliger om te sleutelen zo langs de weg in het donker. De cabine weer gekanteld en met lucht blazen we de leidingen door. We vinden in een banjobout van het brandstof pompje vuil en ja, na dit gereinigd te hebben doet de Turtle het weer en wij zo blij. Edgar, zo heet de man wil geen geld. We geven hem een fles wijn, bedanken de politie en gaan op zoek naar een plek voor de nacht.

De volgende dag toch nog voor controle langs bij de diesel specialist. Hier controleren en reinigen we alles en stellen ook de injectoren opnieuw af. De kosten vallen erg mee: 85 euro. Daar red je het niet mee in Nederland.
We komen dus toch nog in Palmas, eerst via Taquarucu, dit is een eco dorp? Geen idee wat ze daarmee bedoelen, geen eco gezien. De natuur is wel erg mooi met veel watervallen. Bij de eerste lopen we een mooie route en ik zwem nog onder een waterval. Terug zoeken we een camping, maar deze blijkt gesloten ivm met renovatie werk. We zien nog een ander bord met een waterval op een farm, we rijden maar het pad wordt erg smal en er zijn veel bomen. Dan stranden we toch bij een bruggetje wat ik niet zie zitten. Achteruit en zien te draaien. Dan raak ik een hoge paal met de linker zijde van de cabine en breek de hele richting aanwijzer en zijn behuizing in tweeën. We vinden een rustig plekje en alles wordt gedemonteerd. Gelukkig had ik nog 2 componenten epoxi mee en heb het allemaal weer aan elkaar geplakt. Het licht maar met rood plakband wat afgewerkt. Nee, het zit ons niet mee de laatste dagen.
Via een mooie omweg rijden we naar Palmas. Ik had gezien dat je daar ook kunt vliegen. Via een slecht pad komen we op we boven op de berg en vinden de start. Het is wat klein maar prima te doen. Er staat al iemand klaar en ik pak ook mijn spullen. Alleen, beneden landen is geen optie omdat het 27 km is om weer boven te komen en het is al het einde van de middag. Na een half uurtje wil ik boven aan de klif landen. Met grote oren vlieg ik paar keer aan maar er is te veel up wind en de landingsplek is erg klein. Bij een derde poging heb ik hem bijna aan de grond. Dan word ik door een vlaag toch weer opgetild en parkeer hem in een boom. Wel balen, na 24 jaar mijn eerste boomlanding op de rand van de klif. Ik maak alle lijnen los en met wat zaagwerk heb ik hem er met een uurtje er weer uit. We verkassen nog naar een ander plekje want het schijnt er niet veilig te zijn 's nachts? Geen idee wie hier 's nacht langs moet komen, maar uit de lucht had ik een mooi plekje gezien. Hier hadden we een mooi uitzicht over de stad en we zijn 's morgen naar een uitzichtspunt gelopen om de zon te zien opkomen. We zijn hierna naar de rivier gereden en hebben er een mooi plekje gevonden. Ik ben al een paar dagen verkouden en heb nu Adrie ook aangestoken (natuurlijk), dus willen we hier wat uitzieken.



We willen naar Sa
o Luis, dus dat is nog 1200 km te gaan tot we weer aan de kust zijn. We kunnen er geen camping vinden. Het is een grote stad met ruim een miljoen inwoners, het is erg warm en sticky, dus schrappen we Sao Luis en rijden naar het natuur park Lencois Marahences. Helaas mag je de meeste natuurparken alleen met een gids in hier in Brazilië? Maar ik heb op de GPS een route staan die langs het park naar zee gaat. We komen via Barreirinhas bij de rivier waar een pontje is dat ons wel over kan zetten. De stroomdraden moeten even omhoog geduwd en wij de pont op die gelijk op de bodem ligt. Met enig werk komen we los. Aan de overkant is het dik zand en een klein dorp. Ik vraag hoe de weg verder gaat en begrijp dat ik de eerste ben die ooit met zo een grote auto hier is gekomen. Ze betwijfelen of we wel verder kunnen ivm met de bomen en stukken moeras. Dat is balen. We parkeren naast een kerkje en trekken veel bekijks. Via de buurman regelen we tour met een jeep, dan weten we meteen of het te doen zal zijn. Niet dus, maar we hebben een mooie rit en zwemmen in 3 meertjes hier tussen de duinen. De volgende dag met de pont weer terug. Ze leggen de pont al in wat dieper water en ik moet een klein stukje door de rivier rijden om er op te komen, maar het lukt weer en we bereiken de overkant. Op onze GPS staat een pad naar het zuiden, 50 km dan weer verhard. Helaas zou dit voor ons ook niet te doen zijn. Weer balen want dit betekent 600 km omrijden. Ik ga met onze kaart informeren hoe we er wel kunnen komen en er blijkt een ander pad te zijn, maar dat staat niet op onze GPS. We vinden een gast die beweert dat het moet kunnen met onze auto. Hij heeft een vriend die wel mee wil want deze knul heeft daar nog een vriendin zitten, is het verhaal. Het is alweer laat en ik zie het niet zitten om met een gids in de pampa te slapen. De route is 100 km en volgens Loro, onze gids, zullen de bruggen geen probleem zijn. De prijs is afgemaakt op 50 euro. We slapen aan de straat voor zijn deur en vertrekken om 7 uur al. Onder protest van Adrie want die heeft altijd wat start problemen 's morgens en daar helpt na al die jaren zelfs een nieuwe accu niet bij.
Het pad blijk echt goed te zijn en we balen dat we toch met een gids opgescheept zitten. Ok, er zijn wat slechtere stukken en wat andere wegen waar hij ons de goede route aangeeft en ja, er was ook weer een brug waar ik toch maar even een kruisje bij heb geslagen, maar na 4 uur: ja, asfalt! Onze gids links af en wij rechts af.
We rijden ergens het strand op bij Tutoia, het is zo hard als beton bij laag water en we genieten van de strand rit. We vinden een mooi plekje waar we 2 nachten blijven en ik ook weer eens kan zeilen op het strand met de Blo-kart. Het gaat zelfs zo goed dat ik wel erg ver ga en het nogal lang duurt voor ik terug ben. Adrie was best ongerust. We rijden van dorp naar dorp en van strand naar strand, erg mooi. We hebben nog wel 5000 km kust te gaan hier in Brazilie. Door de enorme afstanden heb je ook veel klimaat verschil. In noorden, waar we nu zijn is het warm en vochtig en ruim 30 graden en 's nachts koelt het maar weinig af en dat in hartje winter!
We gaan het hier wel uithouden de komende maanden. Witte stranden, palmbomen en een lekkere temperatuur, er zijn slechtere plekken op de wereld.

Tot een volgend keer.
Gr. Joop en Adrie.

dinsdag 2 juli 2013

Op naar Brazilië. 01-07-2013


We bezoeken in Buena Vista nog een Zwitser die een kaasmakerij heeft, Queseria Suiza. We scoren lekkere kaasjes en slaan voor de komende maanden goed in.
Ook hebben we nog een rondleiding door de koffie plantage van de Hacienda El Cafetal. 95% van de koffie gaat voor export naar Nederland.
De Lodge was prima vertoeven, maar na 5 dagen wilden we toch weer verder. Helaas had het 's nachts goed geregend en was het erg drassig op het mooie grasveld. We hebben de zand platen gepakt en ook die van Ruedi en Suzie. Zo konden we een paadje maken om er uit te komen zonder al te erge sporen te trekken.
Ons plan is om via de noordelijke route naar Brazilië te rijden via een paar leuke dorpen met Jezuieten kerken uit 1750 die de laatste jaren gerenoveerd zijn en tot het Unesco wereld erfgoed behoren.
De film The Mission met Robert de Niro speelt zich af in dit gebied. We hebben hem gezien op de laptop.
Het laatste stuk naar de grens is dan 500 km onverhard. Van de man bij het toeristen bureau vernemen we dat de weg erg gevaarlijk is ivm overvallen. Er is daar drugs productie en smokkel. Bolivia is 's werelds grootste producent van coca bladeren waaruit uit cocaine wordt gewonnen.
We gaan toch door en vragen bij alle militaire posten of de weg veilig is. Overdag moet het wel ok zijn. Drie dagen rijden we er over. De rooie zooi is soms nat en erg glad maar over het algemeen was het goed te doen.
We moeten ergens overnachten en zien een bord met iets over een eco-dorp, lodge en camping. Wij zoeken, maar helaas. Volgens een meisje waren we de eerste toeristen ooit. We vinden een plekje aan een mooi meertje waar het hele dorp komt baden en tanden poetsen, grappig.Tijdens de tweede nacht vinden een plek bij een hotelletje. Prima te doen tot 's nacht de bewaker begint te schieten, dan lig je toch niet meer zo lekker en even naar buiten gaan om te vragen wat er aan de hand was wilde Adrie ook niet.
Het laatste stuk naar de grens was erg mooi met veel watervogels langs de weg. 


.
Bij de grens was het erg onduidelijk hoe, wat, waar en we zijn 3 x tussen de grens en het dorp heen en weer gereden op zoek naar de Boliviaanse douanepost. Ze zijn daar echt geen toeristen gewend, daar zal de reputatie van de route ook wel mee te maken hebben.
Brazilie in ging prima. Eerst was een militaire controle op voedsel, drugs en wapens, dus moest ik mijn AK-47, de aardappels, de eieren en de cocaïne inleveren.
80 km verderop in Caceres moesten we ons melden bij de Policia Federal en daar kregen we ons 90 dagen visum zonder problemen.
We stonden op een mooi plekje langs de rivier, in de stad zelf. Wat ons gelijk opviel was dat de mensen veel opener zijn als in Bolivia en erg hulpvaardig, dit geeft een goed gevoel voor onze reis in Brazilie. Veel mensen willen even praten en bewonderen de Turtle. Helaas is dat portugees net Chinees en begrijpen we er niet zo veel van.
De Pantanal is het grootste moeras gebied ter wereld met half de oppervlakte van Frankrijk. Je kunt er eigelijk alleen goed met een boot in.
Een goed boek wat zich voor een deel afspeelt in dit gebied is Het Testament van John Grisham.

Er is ooit een weg gepland dwars door de Pantanal, maar na 140 km zijn ze gestopt en deze weg willen we rijden. Er is veel moeras langs de weg die op een dijk is aangelegd en er zijn 120 bruggetjes van hout. Een aantal kunnen we ivm met laag water omzeilen maar bij brug 46, na zo'n 60 km vinden we ons Waterloo. We repareren de brug met wat planken, want er zijn erg veel planken gebroken. Helaas inspecteren we niet de gehele brug en we komen in het tweede gedeelte een erg slecht stuk tegen. We horen veel kraken en zelfs wat breken. Aan de overkant gekomen lopen we terug en schrikken. We hebben het gehaald maar balen wel dat we dezelfde weg terug moeten. 5 bruggen verder zie ik het niet meer zitten, ik wil onze Turtle en mijn nachtrust niet verder op het spel zetten en we draaien om. We leggen nog een paar planken over de gaten en bereiken, zonder er doorheen te zakken maar wel weer met gekraak, de overkant. We gaan weer terug naar de boerderij waar we al drie dagen hadden gestaan en waar we elke morgen worden gewekt door een vogel concert. We kunnen ook mooie wandelingen maken over het terrein en spotten 2 soorten Ara's, veel parkieten, 2 soorten aapjes, herten, capibara's en veel kaaimannen.

Er komen nog een stelletje Belgische overlanders op de camping, Nathaniel en Anita. Zij hebben 5 jaar een werk onderbreking, daar hebben ze in België mooie regelingen voor. Ze reizen in een VW busje dat ze in Chili gekocht hebben. Primitief, maar voor hun echte luxe. Ze hebben al heel wat meer ervaring als wij met het vissen op Piranhas en we hebben 
er zo een stuk of 30 op de kant liggen.




 Ze bijten de lijn zo door, dus moet je eerst een stukje staaldraad monteren. Ze hebben erg gemene tandjes en een beet zal een behoorlijke infectie veroorzaken.
Nathaniel maakt ze schoon en ze gaan op de gril. Er zit erg weinig vlees aan maar het is wel interessant om eens Piranha te hebben gegeten.
We gaan naar het noord-oosten naar de kust en moeten 3000 km rijden. De afstanden zijn giga groot hier. Het is allemaal 2 baans met soms heel veel gaten.
Ik kwam tijdens het zoeken naar reisgidsen toevallig een tv special tegen van Top Gear in Bolivia, echt top humor, een aanrader.

Tot een volgende keer.
Gr. van Joop en Adrie.





woensdag 12 juni 2013

En op naar Bolivia.


We zijn nu ook te vinden op Facebook http://www.facebook.com/joop.bernard.3





Na 10 dagen Iuique verlaten we Fly Park. Iquique is niet de leukste stad om te verblijven, maar Fly Park was goed vertoeven, zeker met onze Zuid Afrikaanse vrienden, een zeer interessante familie. We zullen ze missen.
Als we dan langs de start komen kan ik het niet laten toch nog een uurtje te vliegen. Het was ons een waar genoegen. Leuke mensen ontmoet, maar nu weer verder. We gaan via Arica richting Bolivia.

100 km voor Arica besluiten we naar het strand te rijden voor de nacht. (Caleta Camarone) We zakken in een uitloper van de rivier door harde laag de fesjfesj in. De banden moeten behoorlijk leeg. De lokale vissers kwamen scheppen (die hadden ons van bovenaf zien staan) en op 1.5 bar kwamen we er uit. De mannen moesten wel hard lachen toen ik ze alcoholvrije biertjes gaf. Ja hoor, rare lui die toeristen. Alcoholvrij bier!

We blijven nog wat hangen op het strand bij Arica, maar besluiten om toch al wat omhoog te rijden richting Bolivia, om alvast wat te acclimatiseren. De volgende dag is daar de grens. Chili zijn we zo uit, maar dan Bolivia in. Het is de bekende chaos zoals we gewend zijn van West Afrika, inclusief de corrupte politie. Die vonden deze keer dat we verkeerd geparkeerd stonden, ha, ha. Het formulier voor bescherming van toeristen bracht weer uitkomst. En we mochten weer verder.
Een totaal andere wereld rijden we binnen, het is een stap terug in de tijd en echt een “derde wereld land”. De wegen zijn niet al te best en alle chauffeurs zijn LOCO LOCO. Echt, van alle 60 landen die we gedaan hebben staan deze in de top 3 voor ons.
De nacht valt ook sneller en om 18.00 is het alweer donker. We halen La Paz niet voor het donker en slapen onderweg, net iets van de weg af, achter een grote hoop stenen.


We zijn om 10.00 uur in Hotel Oberland, het overlanders trefpunt in La Paz. We zijn met 8 landen vertegenwoordigd en we passen er met de Turtle nog net tussen.

Coen en Karin-Marijke zijn ook net aan gekomen uit Nederland en waren zo vriendelijk om voor ons onderdelen voor de Turtle mee te nemen. Als dank gaan we samen eten en ik betaal voor een goede soep, een hoofdgerecht en een grote fles Cola: 4 euro, incl fooi. Het is bijna genant.
Adrie wil gelijk al haar keukenspullen verkopen, maar ik vind dat dit hier toch niets opbrengt en kan haar op andere gedachten brengen.

Via via krijgen we een adres van Ingenieria de Transportes om de voorste krukas keerring te vervangen, deze lekt wat olie en ook de thermostaat was defect.
Het is een grote firma in zwaar transport onder Duitse leiding. Helaas hebben we de baas niet ontmoet, deze was ziek. Ze werken alleen aan hun eigen auto's, maar maken voor overlanders een uitzondering. Na veel zoeken vonden we ze en om 11 uur gingen we gelijk aan de gang. Ik had nooit verwacht dat we de klus in een dag konden klaren, maar de dag er op was het een feestdag (Corpus Christi), dus het moest wel. Met man en macht werd er gesleuteld. Met de heftruck werden de intercooler en de radiateur eruit gelift en de thermostaat werd gedemonteerd. De krukas pully zat zo vast als een huis. In het werkplaats handboek van DAF stond een afbeelding van een speciale trekker en die werd in no time op de draaibank gemaakt. Toen gaf het ding zich gewonnen. Gelukkig pasten de onderdelen. Ook vonden ze een nieuwe thermostaat voor het koelsysteem. Na alles weer te hebben gemonteerd en afgevuld met 40 liter nieuwe koelvloeistof konden we, super blij, weg. De volgende dag was een rustdag. Ik was behoorlijk gesloopt en lag om 20.00 uur al op bed. Zo hard werken op 4000 meter, dat is toch wel wennen. Vrijdag gaan gaan we nog een dag voor onderhoud en het maken van een nieuwe radiator bescherming.
Onze dank aan de mannen van http://ingenieriadetransportes.com



We willen naar het Titikaka meer.
We dachten: op zondag komen we wel makkelijk door het chaos verkeer van La Paz. Helaas zijn er dan ook duizenden taxi's onderweg en we hebben twee en een half uur nodig gehad om naar het noorden van de stad te komen. Er wordt gevochten om elke vrije meter en cm op de weg. Regels zijn er niet.
Het Tititaka meer is op 3800 meter het hoogste meer te wereld en bekend van de grote drijvende Totorariet eilanden en boten.

We zien onderweg een groot feest bij een kerk en gaan er even kijken, leuk en luid met 's morgens al veel bier. Hierna een heerlijke forel uit het meer gegeten.
Voor we met de ferry naar Copacabana rijden, slapen we in een klein dorpje aan het meer. Helaas heeft Joop het weer moeilijk op deze hoogte en na een slechte nacht en pijn in zijn borst, besluiten we de het bezoek aan Copacabana te schrappen en terug te gaan naar La Paz.
Op de weg terug hebben we een leuke ontmoeting met een man die Thor Heyerdahl geholpen heeft de Totorariet boot Ra II te bouwen. Deze is van Marokko naar Barbados gevaren om te bewijzen dat dat kon. Paulino Esteban is nu meer dan 80 jr oud en een interessante man.
Joop wil de meest gevaarlijke weg ter wereld, tussen La Paz en Coroico, nog rijden met de motor, maar weer een slechte nacht doet ons besluiten toch maar wat lager te gaan en 400 km verderop begint het eindelijk te dalen.
Helaas komen we in het donker aan in Cochabamba. We hadden een camping gevonden via internet, maar liepen onderweg vast en konden het niet vinden. We zijn toen naast een kerk met school gaan staan. De bewaker wilde dat we ons eerst bij de politie gingen registreren? We hebben hem toen een fiche gegeven met onze gegevens en toen mochten we blijven staan.






We hadden een National Park Toro Toro ontdekt, 100 km zuid van Cochabamba. Hier zouden veel 
Dinosaurus sporen zijn en het zou er erg mooi zijn. De weg is best ruim aangelegd met stenen uit de rivier, dus een echte kasseien weg. 
Onderweg slapen we nog een keer in de rivierbedding en de volgende morgen zijn we al vroeg in Toro Toro. We vinden een goede plek om de Turtle neer te zetten. In het dorp vinden we een paar andere toeristen om samen een toer te maken. (dan kun je de kosten delen) Eerst een wandeling bij en over prachtige rotsformaties en dan een grotten tocht. Erg mooi en het was best lastig op deze hoogte, 3700 m. om door zo een grot te kleuteren. Adrie had het na het lopen en klauteren wel gehad en is wijselijk niet mee gegaan de grot in.
Na drie dagen verlaten we Toro Toro om om via de zuidelijke route naar Santa Cruz te rijden. Heel apart. Zo rij je dagen in de woestijn en dan ineens duik je het regenwoud in.
We besluiten om al wat van de pas naar beneden te rijden om niet zo hoog te hoeven overnachten. Wat een vergissing. We komen in een file terecht. Het heeft wat geregend en de vrachtauto's helling op hebben geen grip op de gladde weg. Het verkeer breekt uit in chaos, alle personenauto's rijden langs de vrachtauto's op wat dan weer het tegen verkeer geen mogelijkheid geeft om omhoog te rijden en de vrachtauto, ja ook wij, laten die eikels er niet tussen. Het gevolg is dat we 's nacht om 2 uur niet meer vooruit komen. We vinden een plekje lang de weg en proberen wat te slapen. We zijn erg moe en al de hele dag aan het rijden. Ondanks alles kunnen we nog 4 uur slapen. 's Morgens beweegt het weer en we sluiten aan. Meter voor meter komen we de berg op en 17 uur later zijn we aan de andere kant beneden. Wat een gekkenhuis. Maar ach, we zijn nog heel, dus wat wil je meer.
We proberen info te vinden over Carrasco National Park om dat te bezoeken. Het probleem is dat je er alleen met een gids in kan en dan nog alleen in het weekend of op afspraak. Het touristen kantoor is echter dicht en het wordt niets.

Van vrienden kregen we bericht dat ze 200 km verder op 
onze route bij een mooi hotel staan. We zouden daar dus met drie uurtjes kunnen zijn. We komen helaas weer in een file. Wat blijkt: de studenten zijn aan het protesteren en hebben wegblokkades opgeworpen. Volgens een chauffeur zal het om 12 uur 's nachts weer open gaan en waarschijnlijk de volgende dag weer geblokkeerd worden. We draaien om en besluiten de Turtle een grondige wasbeurt te geven bij de rivier. Een mooie klus en hard nodig na al die maanden stof en zout wegen. Met onze eigen pomp pompen we water uit de rivier en na een paar uur glimt hij weer. We begrijpen van iemand anders dat de blokkade om 4 uur al wordt opgeheven, dus gelukkig hoeven we niet in het donker te rijden. De weg is leeg. Maar helaas niet voor lang, want we halen de file al snel in. De auto's en trucks hebben moeite met alle opgeworpen blokkades. Ook zien we erg veel glas op de weg van gesneuvelde ruiten. We waren blij dat we er niet tussen hebben gestaan met die rellen.

Drie km voor het tolstation loopt alles weer vast: de personen auto's dringen weer voor en rijden langs de file wat dus weer de nodige taferelen oplevert met het tegen verkeer. Volgens mij loopt de meest gevaarlijke weg ter wereld gewoon door heel Bolivia.
Ondanks de coordinaten die we van Ruedi en Susi http://schoensleben.ch gekregen hebben we moeite om hen te vinden. We vragen een jongeman op een brommer, die weet waar het is, om ons er heen te begeleiden in het aardedonker. Het is een schitterende lodge met zwembad en met een wondermooi uitzicht. Hier blijven echt wel een paar dagen.

Tot een volgende keer.
Gr. Joop en Adrie.



zondag 19 mei 2013

Hoogteziekte.



We verlaten Cafayate, het was een aangenaam verblijf. Leuke stadje, camping met een goede Wifi en veel blafbekken die natuurlijk al snel werden geadopteerd door Adrie.
Ze ging een keer boodschappen doen onder begeleiding van 3 honden. In de supermarkt was een vrouw die kocht nog een 1 kg hondenvoer en gaf het aan Adrie. Het gevolg was dat ze met 4 honden terug kwam.
We nemen de route 40 noord, onverhard maar erg mooi. We zien na 60 km de meest bizarre rotsformaties. We rijden een rivierbedding in en komen in een doodlopend dalletje, we zijn omsloten door hoge rotsen. Aan het einde vinden we hele kleine doorgang naar een ander dal. De ingang wordt bewaakt door een Zeeleeuw. We zien geen enkel bewijs dat hier mensen zijn geweest, echt gaaf.
Koninginnedag / Kroningsdag missen we wel, maar het maakt het reizen wel een stuk makkelijker: Men denkt hier nl dat Maxima, nu ze Koningin is, ook Nederland regeert. Dat ze ook een man heeft die Guillermo-Alexander heet en koning is, is niet zo duidelijk bij veel mensen. We hebben wel een glossy magazine gekocht met veel (mooie) foto's van de kroning.






Politie stops zijn nu een makkie: Holanda, MAXIMA, rij maar door!
We nemen een afslag naar Lago de Brealito, een erg smal pad en slecht. Het banden alarm gaat af en ja hoor, er zit een grote scherpe steen in de band. Dat is dus onze eerste platte in 55.000 km. Het is best een klus op 2800 m hoogte de reserveband van het dak via de ladder te laten zakken. De band gewisseld, hij weegt 150 kg. Een hele toer in je eentje.
In Salta, bij Michelin, wordt de lekke band geplakt. Leuk is dat hier in 2014 de Dakar Rally rustdag heeft, dus misschien zijn we er dan ook wel. Maar niet op de camping daar, die heeft een discotheek als buur, geen feest voor ons, vooral niet op zaterdag.
Hier treffen we Ronnie en Linda uit Friesland die van Ushuaia onderweg zijn naar Alaska op de fiets. Ze zijn net de pas van 4800 m hoog over gekomen vanuit Chili. Kijk, dat zijn de helden! www.travelbybike.nl
Joop heeft steeds problemen met slapen op hoogte: als hij inslaapt wordt hij happend naar lucht wakker en daar we nog niet echt hoog zijn gegaan is dat wel een probleem. Op het internet vind ik die klacht ook bij andere mensen. Er is wel een medicijn, dus wij op zoek in San Salvador de Jujuy en na 5 farmacias vinden we het. Een half pilletje voor het slapen doet wonderen, wel de nodige bijwerkingen gehad, maar wel weer slapen.


De Peso in Argentinië is op de paralel markt zo sterk geworden dat we nu 100% meer geld krijgen als via de officiële koers: dus ook goedkoop tanken dus. 1000 liter, alles vol (ook de grijswatertank) en op naar Chili. Het is een lange route en hoog, dus we doen het kalm aan om ook te kunnen acclimatiseren. Slapen boven de 3500 m is lastig. De maximale hoogte is 4800 m waar we overheen moeten. Er zit ook wel 140 km tussen de douanepost van Argentinië en die van Chili, waarschijnlijk ook ivm met de hoogte. We overnachten in San Pedro de Atacama, ook bekend van de Dakar Rally. Hierna rijden we weer de bergen in om een geyser park te bezoeken. Hier op 4300 m hoog kan ik ook zwemmen in een warm bad. Adrie zit het niet zitten ivm met de koude wind.
We moeten toch nog een eind rijden om weer 3000 m te komen om te slapen.
Hier na weer de beschaving opzoeken. Er ligt veel troep (basura) op het strand, hoe verder je noordelijk komt, hoe erger het wordt, had ik al begrepen. Het is zonde dat er zo een zooitje van wordt gemaakt.
We zijn nu op het Flight Park in Iquique, een logde gebouwd door een Zwitser: Philip, van allemaal zeecontainers, er mooi gedaan. Hier kan ik weer wat vliegen en we gaan van hieruit Bolivia in, waar op dit moment wel veel protesten zijn en wegen geblokkeerd werden. Hopelijk verbeterd het snel, het is nu al 4 weken drama daar. Zie de volgende link: http://sprinterlife.com/2013/05/trapped-in-la-paz.html

Tot een volgende keer.

Gr. Joop en Adrie.



zondag 21 april 2013

Wat een natuur, wat een prachtig land, Argentinië.










Mendoza is ons goed bevallen, ik heb nog een vluchtje kunnen maken, maar de weg omhoog was meer een avontuur dan de vlucht zelf. Met 12 man in een jeep is geen feest op smalle bergweggetjes.




Met de motor maken we nog een tocht naar een wijngaard waar we door een Nederlandse stagiaire, Iris een privé rondleiding krijgen op haar laatste werkdag. Het is de wijngaard van familia Zuccardi, erg groot en je vind een van hun wijnen ook bij de AH onder de naam Santa Julia.






De volgende morgen ontbijten we samen met onze buren Ximena en Ariosto. Het waren leuke avonden samen.
Hopelijk gaan we ze eens bezoeken op hun Estate bij Santiago.
We gaan via park Vilavicencio naar naar Uspallata. De weg de berg op is onverhard en we zien in het bezoekers centrum een foto en een bord waar op staat dat de weg 365 bochten heeft. Omdat het Pasen is, is het erg druk en ik zie het niet zitten om met zoveel tegenliggers deze pas op te rijden. We slapen beneden naast het bezoekers centrum. Helaas is het de volgende dag bedekt en rijden we in de wolken omhoog, ruim 2300 meter, jammer maar niet veel van het uitzicht gezien.

Ik wilde graag mijn landzeiler weer eens gebruiken en las dat er mooi droog meer was net voor Barreal, de Pampa de Leoncito, waar veel gezeild wordt en ja hoor een mooi glad droog gebakken meer. Het gaat super. Pas later zie ik veel verder nog meer zeiltjes. Dus ingepakt en dar heen gereden. Het was druk, allemaal 2 zitters die met betaalde passagiers zeilden. Ook was er bedrijfje met hetzelfde merk als ik heb. Helaas werd het al donker dus we zijn maar blijven staan aan het “meer”. Ook de volgende dag waaide het weer hard. Ik had een gps op het stuur en mijn maximum snelheid klokte ik op 73 km/u. Mijn 3 meter zeiltje was eigenlijk wel te groot en ik had moeite om het onder controle te houden. De anderen hadden 2 meter zeiltjes en haalden volgens zeggen wel 100 km/u.
Hierna hebben we het Parque National El Leononcito bezocht, zijn daar 2 dagen gebleven en hebben er gewandeld.
Door een prachtig landschap rijden we via Ruta 149 naar Rodeo. Daar is een stuwmeer dat zeer geliefd is onder wind- en kitesurfers. Een thermische wind waait hier eigenlijk altijd, soms tot 120 km/u. Ik kan het me niet voorstellen maar het blijkt echt zo te zijn: 's morgens is er nog geen wind en we verwennen ons in de warm water bronnen van een hotel Pismanta. Er was daar bij het buitenbad ook een surfer die Brasilie woont en daar organiseert hij surf tours. Hij was zijn board aan het repareren, hij had nl. zijn vinkast kapot gevaren op een walvis, kan het nog gekker?
Zijn site http://swellamerica.blogspot.com
Natuurlijk wilde ik ook weer eens windsurfen, ik heb tenslotte in mijn leven erg veel wedstrijden gevaren. Het waait van de planeten. Ik huur een complete uitrusting en kan kiezen uit alle maten boards en en zeilen. Oeps, dat viel erg tegen op een 80 liter boardje met een 4 meter zeiltje en op 2000 meter hoogte. De conditie viel zwaar tegen, geen lucht en mijn armen 1 meter langer. Het was een harde en pijnlijke les dat ik niet meer die jonge god ben van vroeger.
De spierpijn de volgende ochtend heeft me doen besluiten te vertrekken.
We nemen een mooie weg, de canyon ziet er heel mooi uit, maar ja hoor, er staat een bord dat er geen vracht auto's over mogen. Hadden ze dat bord niet eerder kunnen neerzetten? We nemen de gok en ondanks dat we er wel door komen, begrijpen we nu ook wel waarom dat bord er stond. We spraken later een paar Duitse meiden die het aardig benauwd hadden gehad met hun kleine autootje op sommige stukken, dus was Adrie niet de enigste.


Het landschap is nu al weken woestijn met veel cactussen, maar door de vele bergen en dalen is het zo mooi om hier door te rijden, de kleuren zijn onbeschrijfelijk.

Kan het nog mooier? We geloven van niet, maar vergissen ons als we 2 natuur parken bezoeken: Talampaya is het eerste. Je mag er helaas niet met de eigen auto in, maar we gingen met de safaritruck mee. Het is een giga canyon met loodrechte wanden van wel 185 meter hoog. Het is ons een raadsel hoe het zo gevormd is door de eeuwen heen. Met mijn nieuwe I-pad maak ik mooie panorama foto's.
Hierna bezoeken we het volgende park Ischigualasto, anders maar een heel bizar landschap, net of we op de maan zijn, met bizar gevormde rotsen. We maken hier, onder begeleiding van een ranger met onze eigen auto een rondrit van 40 km. Onze harde schijf is vol en die van de camera ook.

In La Rioja laat ik de banden wisselen van voor naar achter. De banden achter hebben het zwaarder te verduren en we zijn al 8 mm kwijt in 19000 km door het rijden op zoveel onverharde en soms slechte paden.


We werken onze weg steeds noordelijker, het is soms wel 30 graden ondanks dat het al herfst is. Aan de Ruta 40 bij Londres bezoeken we de Inca ruïnes van Shincal. Dit was een van hun meest zuidelijke vestigingen, 2500 km van Peru dus een heel eind met een Lama. Onze gids wist er veel van en het was een leuke en zeer interessante rondleiding.
Van iemand had ik een route gekregen om via Ruta 46 naar Andalgala te rijden. Onderweg worden we gestopt door een man die pech had met zijn oeroude jeep. Zijn wielmoeren zijn er af gelopen en diverse bouten zijn gebroken. Buiten een paar balen hooi had hij natuurlijk niets bij zich. Ik heb van de andere wielen moeren af gedraaid en kan het wiel met 3 bouten nog vastzetten. Man weer blij en wij een baal hooi rijker. Ik had altijd al met Adrie in het hooi willen rollen en heb dus nu mijn kans.

Na al lang geen andere overlanders te hebben ontmoet, maakten we bij dit voorval ook kennis met Ruedi en Susi, Zwitsers uit Australië. We wilden dezelfde pas gaan rijden, maar dat viel voor ons wat tegen. Het pad werd te smal en er waren te veel bomen, dus wijselijk omgedraaid. Later kwamen Ruedi en Susi ook weer terug. Ze hadden van boven in de bergen onze auto gespot in de woestijn en kwamen bij ons staan. Ze zijn al sinds 2006 onderweg, met een pauze van 2 jaar.
Hun site www.schoensleben.ch

Van Andalgala naar Concepcion moeten we 2 bergen over en we hadden niet verwacht dat dit zo heftig zou zijn, maar oh zo mooi. Op de laptop zien we een gekronkel van jewelste en ja hoor: onverhard,de ene na de andere bocht en veel haarspeldbochten en zo smal dat we vaak moeten steken om de bochten te kunnen maken. Het was een bizarre mooie tocht. Doodop duik ik om 8.30 al mijn bed in. Ja het lijkt soms wel werk dat rijden, dus dat doen we ook niet te veel. 
 rij afstanden per dag zijn klein, vooral nu het weer al maanden zo mooi is. 
We vinden zoveel mooie plekjes en zijn zelden op een camping.
Sinds 1 januari hebben we maar 7500 km gereden, dat is gemiddeld 65 km per dag. De meeste overlanders op de fiets rijden nog meer als wij, maar we hebben de tijd. De wereld is klein en we hebben hopelijk nog wat jaartjes te gaan.




Tot een volgende keer.
Gr. Joop en Adrie.