vrijdag 16 augustus 2013

Stop, tot hier en niet verder.


 Nee, we zijn, na bijna 5 jaar, nog niet 
reis-moe. Maar na ruim een jaar op dit continent zoeken we een plekje waar we goed de winter kunnen door komen. Op ons lijstje staat Jericoacoara, maar van andere mensen kregen we een tip van een camping 15 km voor Jeri aan Lago Paraiso bij Jijoca. Het is een kleine camping met een eigen strand aan een heerlijk zoetwatermeer. We vinden een mooi plekje onder de bomen. Wel slecht voor onze zonnepanelen, maar er is ook stroom en water. Na al die weken moet er nodig worden gewassen en we nemen meteen maar alles onder handen. We blijven 12 dagen op de camping O Tiao.

Ik ga met de motor Jeri verkennen zonder Adrie, omdat het nog al veel zand is en het is erg los met diepe sporen. Dat maakt het met de dikke Yamaha van 170 kg niet makkelijk. Ondanks mijn Enduro ervaring in de smalle sporen ga ik 3x onderuit. Niet ernstig, maar mijn ego krijgt wel een knauw.
Jeri is een leuk vacantie dorp met alleen zand straten en veel restaurants, bars, leuke boetieks en veel adventure sport bedrijfjes: kiten, surfen en rijden met buggies in de duinen.
Omdat op de motor met Adrie achterop geen optie is als ik kijk naar mijn scheenbenen, pakken we een taxi. Die rijden er volop en het zijn bijna allemaal Chevrolet D20 maar geen 4x4. Ik sta er versteld van hoe goed ze door het zand rijden.
De eerste keer hebben we een mooie strand wandeling gemaakt naar een rotsboog. Een hele tippel. Hierna een goede pasta gegeten. We hadden ook nog een wolkbreuk boven ons en dat water spoelde als een kolkende rivier door de straten naar zee. Gelukkig zaten we in het restaurant en bleven droog.
We hadden op de camping een leuk contact met onze buren: Rodolfo en zijn vriendin Penha en 2 dochters. Hij nodigde ons een keer uit om een koninklijke kippensoep te gaan eten, echt erg lekker.
Na 12 dagen dus weer verder. Adrie ziet op de kaart een plekje aan het strand, goed voor de lunch. De plek is super, onder de palmen direct aan het strand. Het blijkt hier een kitesurf paradijs te zijn en er zijn hier 8 Pousada's (zoiets als lodge) in handen van buitenlanders. Die krijgen voor het merendeel buitenlanders om te kiten. We zijn met onze Turtle al snel een wel bekeken object. De buurman, David van Windy Addiction.com komt ook eens kijken. Hij heeft een Unimog gehad in Canada en als we iets nog nodig hebben zijn we welkom.


Het is een spektakel van je welste met al die kiters en we besluiten maar een nachtje te blijven. Het worden er wel 21. De volgende morgen word ik gevraagd om de buggy te rijden voor David, want ze willen een downwind run maken. Over zee, dan de rivier in en hier in de laguna weer uit komen. Gaaf dus. De buggy is een schroothoop van je welste. Als ik eindelijk de weg terug heb gevonden komen de mannen ook alweer ruimwinds de lagunana in geraced. Thierry, een Nederlander die ook mee was, heeft een rib gebroken of zwaar gekneusd, hij baalt er goed van en kan amper lopen van de pijn.

's Avonds horen we Nederlands praten buiten de Turtle en maken leuk contact met een stel uit Haarlem: Martin en Ellen. We hebben met hen een gezellige tijd. Ze zijn hier ook om te leren kiten. Martin is erg fanatiek en weet van geen ophouden wat hem vaak lange wandeltochten oplevert. Ellen vind het toch wel erg moeilijk en besluit na een week te stoppen.
Na een paar dagen rust zit kiten er voor Thierry niet meer in, hij baalt er goed van. Bij mij kriebelt het wel en ik doe hem een bod op zijn spullen. We komen tot zaken, dus ik 6-8 en 10 meter kite's rijker en een board, bar en trapeze.
Mijn grootste zorg is mijn tennisarm, deze ingepakt met een soort brace. David geeft me onderricht en ik leer al snel de Jezus-walk. De arm houdt het. Na 7 uurtjes les heeft mijn instructeur andere plannen en word ik voor de leeuwen (of waren het haaien) gegooid. Van vriend Martin heb ik geleerd vooral bovenwinds te beginnen. Adrie word mijn caddy en helpt met starten en landen en het dragen van het board ivm met mijn tennisarm als ik weer een keer aanspoel een paar honderd meter aan lage wal.
Elke dag lig ik wel een uur of 2-3 te spartelen in het water. Soms word ik giga gelanceerd en alle gaten in mijn lichaam zijn nu goed doorgespoeld met zout water. Gelukkig heb ik mijn helm op en ik heb van Martin handschoenen gekregen die zeer goed van pas komen.

Het waait hier dus elke dag van de planeten en met 20 tot 30 knopen is het soms super frustrerend: er vaart hier een Braziliaanse schoonheid in een string die de sterren van de hemel springt en daar ligt Joop dan te spartelen. Het gaat elke dag wat beter en na 12 dagen zie ik eindelijk het licht: het lukt me eindelijk. OK, niet altijd even gecontroleerd, maar ik kite nu ook van links naar rechts door de laguna zonder hoogte te verliezen.












Onze Turtle is al behoorlijk afgeladen dus moet er ruimte worden gemaakt voor de kite spullen. Ja, daar komt mijn handelsgeest weer boven. Ik verkoop hier vervolgens mijn kayak en onze fietsen die we het afgelopen jaar maar 2x hebben gebruikt.
Met deze opbrengsten kan ik mooi mijn nieuwe kite sport financieren.
Nu nog meer ervaring opbouwen. Er zijn hier langs de kust nog vele mooie stekken om te kiten en te paragliden.
Dit was een korte samenvatting van mijn nieuwe kite avonturen.

En ja, voor Adrie is het wel afzien: waden door rivieren en de mangroven modder om haar mannetje te volgen, de schat! Gelukkig heeft ze ook weer vier honden om voor te zorgen, dus ze verveelt zich niet. Ze heten Hondje, die heeft mij geadopteerd, Kwibus is een grote witte slungel en dan hebben we ook nog Anna, een mager scharminkeltje, maar Ma zei: noem haar maar naar mij, en Mamma die hoog zwanger is. Dan begint het drama: ze heeft onder een boot hier op de kant een kuil gegraven, waar we hopen dat ze haar jongen zal werpen en niet onder camper, waar ze met z'n vieren wonen en ruzie maken. 's Morgens komt er iemand met een van de puppy's. Mamma werpt ze overal en wil ze niet. Ik probeer de pup aan haar tepel te krijgen maar ze wil echt niet. Ik leg de pup dan maar in haar nest en Mamma er bij. Ik ga kiten, maar 's middag ga ik toch maar eens kijken of het wat geworden is. Maar nee hoor, de pup is het nest uit gekropen en ligt in de zon, nu al 6-7 uur zonder verzorging. Ik vraag Adrie: wat doen we nu, zal ik hem doden of gaan we zelf proberen hem in leven te houden. We maken een speen en met veel geduld lukt het ons hem aan het drinken te krijgen. Na wat zoeken op het net komen we er achter dat het geen koeienmelk moet zijn en ook geen palmnoten melk. Waar vind je in dit gat puppy melk. Helaas, hij sterft 's nachts. Weer een ervaring rijker en een illusie (hondje) armer.












Tot ons volgend verhaal.
Gr. Joop en Adrie.






maandag 29 juli 2013

Wat een giga-groot land, Brazilië.


We verlaten de Pantanal en onderweg vinden we een heel pittoresk dorpje: Cidade de Goias, erg oud en heel authentiek. Op zoek naar een overnachtings plek vinden we een zwempark met camping, erg mooi maar veel geluidsoverlast, echt die Brazilianen breken wat dat betreft alle records.

We besluiten eerst naar het noorden te rijden en dan via de kust naar het zuiden, zodat we in het begin van de zomer niet weer in de kou zitten zoals verleden jaar.
Het zijn heel grote afstanden hier. We rijden echt de hele dag langs maïsvelden, zo ver als het oog rijkt. Ze maaken er hier brandstof van, zelfs zoveel dat ze het kunnen exporteren. We zien de mega steden niet zo zitten en slaan voor Brasilia al af naar het noorden de 153 op. Een erg drukke weg met veel vrachtverkeer en maar 2 baans, wat het soms wel erg spannend maakt. Zeker omdat het erg heuvelachtig is moet er natuurlijk helling op ingehaald worden.
Je kunt onderweg goed eten en slapen bij de grote tankstations maar het is daar best druk en niet zo rustig dus zoeken we vaak een wat meer afgelegen plekje. Zo komen we ook aan een groot stuwmeer: Lago Serra de Mesa. Hier liggen ook wat woonboten, sommige op de kant omdat het meer nu wel 15 meter lager staat dan voorheen. We maken leuk contact met een paar woonboot-mensen: Swami en Saulo. Helaas komen er een stel gekken 's nachts met een als discotheek omgebouwde auto voor hun feest en wij hebben geen prettige nacht. Als we weg willen gaan zijn de start accu's leeg. Dat had ik al eerder gehad. We gaan op zoek en naar een accu specialist en het blijkt dat een van onze start accu's is overleden. We zetten er 2 nieuwe in en gaan maar weer terug naar het meer. We maken met Swami en Saulo een mooie zon's ondergang tocht over het meer.

De volgende stop is weer 600 km verder bij Palmas.
Helaas laat de Turtle ons in de steek. Hij houdt in en loopt niet meer goed. Het diesel filter is bijna leeg, dus denk ik dat hij ergens valse lucht trekt. Zoeken, zoeken, maar het probleem wordt steeds erger. 10 km voor Urupi stranden we echt. Ik krijg hem niet meer aan de gang. Het wordt al donker en daar staan we dan op een erg drukke twee baans weg waar het verkeer ons voorbij raast. Ik stop een brommer en deze belooft hulp te sturen, maar we zien niemand komen en ook de politie stopt niet ???? Het is nu donker. Met veel lichten weten we eindelijk een politie wagen te stoppen. Het is geen verkeerspolitie, maar ze waarschuwen deze over de radio. Dan stopt er ook nog een man in een pick-up. Hij is monteur en wil wel even kijken. Gelukkig komt de politie ook en dat maakt het wat veiliger om te sleutelen zo langs de weg in het donker. De cabine weer gekanteld en met lucht blazen we de leidingen door. We vinden in een banjobout van het brandstof pompje vuil en ja, na dit gereinigd te hebben doet de Turtle het weer en wij zo blij. Edgar, zo heet de man wil geen geld. We geven hem een fles wijn, bedanken de politie en gaan op zoek naar een plek voor de nacht.

De volgende dag toch nog voor controle langs bij de diesel specialist. Hier controleren en reinigen we alles en stellen ook de injectoren opnieuw af. De kosten vallen erg mee: 85 euro. Daar red je het niet mee in Nederland.
We komen dus toch nog in Palmas, eerst via Taquarucu, dit is een eco dorp? Geen idee wat ze daarmee bedoelen, geen eco gezien. De natuur is wel erg mooi met veel watervallen. Bij de eerste lopen we een mooie route en ik zwem nog onder een waterval. Terug zoeken we een camping, maar deze blijkt gesloten ivm met renovatie werk. We zien nog een ander bord met een waterval op een farm, we rijden maar het pad wordt erg smal en er zijn veel bomen. Dan stranden we toch bij een bruggetje wat ik niet zie zitten. Achteruit en zien te draaien. Dan raak ik een hoge paal met de linker zijde van de cabine en breek de hele richting aanwijzer en zijn behuizing in tweeën. We vinden een rustig plekje en alles wordt gedemonteerd. Gelukkig had ik nog 2 componenten epoxi mee en heb het allemaal weer aan elkaar geplakt. Het licht maar met rood plakband wat afgewerkt. Nee, het zit ons niet mee de laatste dagen.
Via een mooie omweg rijden we naar Palmas. Ik had gezien dat je daar ook kunt vliegen. Via een slecht pad komen we op we boven op de berg en vinden de start. Het is wat klein maar prima te doen. Er staat al iemand klaar en ik pak ook mijn spullen. Alleen, beneden landen is geen optie omdat het 27 km is om weer boven te komen en het is al het einde van de middag. Na een half uurtje wil ik boven aan de klif landen. Met grote oren vlieg ik paar keer aan maar er is te veel up wind en de landingsplek is erg klein. Bij een derde poging heb ik hem bijna aan de grond. Dan word ik door een vlaag toch weer opgetild en parkeer hem in een boom. Wel balen, na 24 jaar mijn eerste boomlanding op de rand van de klif. Ik maak alle lijnen los en met wat zaagwerk heb ik hem er met een uurtje er weer uit. We verkassen nog naar een ander plekje want het schijnt er niet veilig te zijn 's nachts? Geen idee wie hier 's nacht langs moet komen, maar uit de lucht had ik een mooi plekje gezien. Hier hadden we een mooi uitzicht over de stad en we zijn 's morgen naar een uitzichtspunt gelopen om de zon te zien opkomen. We zijn hierna naar de rivier gereden en hebben er een mooi plekje gevonden. Ik ben al een paar dagen verkouden en heb nu Adrie ook aangestoken (natuurlijk), dus willen we hier wat uitzieken.



We willen naar Sa
o Luis, dus dat is nog 1200 km te gaan tot we weer aan de kust zijn. We kunnen er geen camping vinden. Het is een grote stad met ruim een miljoen inwoners, het is erg warm en sticky, dus schrappen we Sao Luis en rijden naar het natuur park Lencois Marahences. Helaas mag je de meeste natuurparken alleen met een gids in hier in Brazilië? Maar ik heb op de GPS een route staan die langs het park naar zee gaat. We komen via Barreirinhas bij de rivier waar een pontje is dat ons wel over kan zetten. De stroomdraden moeten even omhoog geduwd en wij de pont op die gelijk op de bodem ligt. Met enig werk komen we los. Aan de overkant is het dik zand en een klein dorp. Ik vraag hoe de weg verder gaat en begrijp dat ik de eerste ben die ooit met zo een grote auto hier is gekomen. Ze betwijfelen of we wel verder kunnen ivm met de bomen en stukken moeras. Dat is balen. We parkeren naast een kerkje en trekken veel bekijks. Via de buurman regelen we tour met een jeep, dan weten we meteen of het te doen zal zijn. Niet dus, maar we hebben een mooie rit en zwemmen in 3 meertjes hier tussen de duinen. De volgende dag met de pont weer terug. Ze leggen de pont al in wat dieper water en ik moet een klein stukje door de rivier rijden om er op te komen, maar het lukt weer en we bereiken de overkant. Op onze GPS staat een pad naar het zuiden, 50 km dan weer verhard. Helaas zou dit voor ons ook niet te doen zijn. Weer balen want dit betekent 600 km omrijden. Ik ga met onze kaart informeren hoe we er wel kunnen komen en er blijkt een ander pad te zijn, maar dat staat niet op onze GPS. We vinden een gast die beweert dat het moet kunnen met onze auto. Hij heeft een vriend die wel mee wil want deze knul heeft daar nog een vriendin zitten, is het verhaal. Het is alweer laat en ik zie het niet zitten om met een gids in de pampa te slapen. De route is 100 km en volgens Loro, onze gids, zullen de bruggen geen probleem zijn. De prijs is afgemaakt op 50 euro. We slapen aan de straat voor zijn deur en vertrekken om 7 uur al. Onder protest van Adrie want die heeft altijd wat start problemen 's morgens en daar helpt na al die jaren zelfs een nieuwe accu niet bij.
Het pad blijk echt goed te zijn en we balen dat we toch met een gids opgescheept zitten. Ok, er zijn wat slechtere stukken en wat andere wegen waar hij ons de goede route aangeeft en ja, er was ook weer een brug waar ik toch maar even een kruisje bij heb geslagen, maar na 4 uur: ja, asfalt! Onze gids links af en wij rechts af.
We rijden ergens het strand op bij Tutoia, het is zo hard als beton bij laag water en we genieten van de strand rit. We vinden een mooi plekje waar we 2 nachten blijven en ik ook weer eens kan zeilen op het strand met de Blo-kart. Het gaat zelfs zo goed dat ik wel erg ver ga en het nogal lang duurt voor ik terug ben. Adrie was best ongerust. We rijden van dorp naar dorp en van strand naar strand, erg mooi. We hebben nog wel 5000 km kust te gaan hier in Brazilie. Door de enorme afstanden heb je ook veel klimaat verschil. In noorden, waar we nu zijn is het warm en vochtig en ruim 30 graden en 's nachts koelt het maar weinig af en dat in hartje winter!
We gaan het hier wel uithouden de komende maanden. Witte stranden, palmbomen en een lekkere temperatuur, er zijn slechtere plekken op de wereld.

Tot een volgend keer.
Gr. Joop en Adrie.

dinsdag 2 juli 2013

Op naar Brazilië. 01-07-2013


We bezoeken in Buena Vista nog een Zwitser die een kaasmakerij heeft, Queseria Suiza. We scoren lekkere kaasjes en slaan voor de komende maanden goed in.
Ook hebben we nog een rondleiding door de koffie plantage van de Hacienda El Cafetal. 95% van de koffie gaat voor export naar Nederland.
De Lodge was prima vertoeven, maar na 5 dagen wilden we toch weer verder. Helaas had het 's nachts goed geregend en was het erg drassig op het mooie grasveld. We hebben de zand platen gepakt en ook die van Ruedi en Suzie. Zo konden we een paadje maken om er uit te komen zonder al te erge sporen te trekken.
Ons plan is om via de noordelijke route naar Brazilië te rijden via een paar leuke dorpen met Jezuieten kerken uit 1750 die de laatste jaren gerenoveerd zijn en tot het Unesco wereld erfgoed behoren.
De film The Mission met Robert de Niro speelt zich af in dit gebied. We hebben hem gezien op de laptop.
Het laatste stuk naar de grens is dan 500 km onverhard. Van de man bij het toeristen bureau vernemen we dat de weg erg gevaarlijk is ivm overvallen. Er is daar drugs productie en smokkel. Bolivia is 's werelds grootste producent van coca bladeren waaruit uit cocaine wordt gewonnen.
We gaan toch door en vragen bij alle militaire posten of de weg veilig is. Overdag moet het wel ok zijn. Drie dagen rijden we er over. De rooie zooi is soms nat en erg glad maar over het algemeen was het goed te doen.
We moeten ergens overnachten en zien een bord met iets over een eco-dorp, lodge en camping. Wij zoeken, maar helaas. Volgens een meisje waren we de eerste toeristen ooit. We vinden een plekje aan een mooi meertje waar het hele dorp komt baden en tanden poetsen, grappig.Tijdens de tweede nacht vinden een plek bij een hotelletje. Prima te doen tot 's nacht de bewaker begint te schieten, dan lig je toch niet meer zo lekker en even naar buiten gaan om te vragen wat er aan de hand was wilde Adrie ook niet.
Het laatste stuk naar de grens was erg mooi met veel watervogels langs de weg. 


.
Bij de grens was het erg onduidelijk hoe, wat, waar en we zijn 3 x tussen de grens en het dorp heen en weer gereden op zoek naar de Boliviaanse douanepost. Ze zijn daar echt geen toeristen gewend, daar zal de reputatie van de route ook wel mee te maken hebben.
Brazilie in ging prima. Eerst was een militaire controle op voedsel, drugs en wapens, dus moest ik mijn AK-47, de aardappels, de eieren en de cocaïne inleveren.
80 km verderop in Caceres moesten we ons melden bij de Policia Federal en daar kregen we ons 90 dagen visum zonder problemen.
We stonden op een mooi plekje langs de rivier, in de stad zelf. Wat ons gelijk opviel was dat de mensen veel opener zijn als in Bolivia en erg hulpvaardig, dit geeft een goed gevoel voor onze reis in Brazilie. Veel mensen willen even praten en bewonderen de Turtle. Helaas is dat portugees net Chinees en begrijpen we er niet zo veel van.
De Pantanal is het grootste moeras gebied ter wereld met half de oppervlakte van Frankrijk. Je kunt er eigelijk alleen goed met een boot in.
Een goed boek wat zich voor een deel afspeelt in dit gebied is Het Testament van John Grisham.

Er is ooit een weg gepland dwars door de Pantanal, maar na 140 km zijn ze gestopt en deze weg willen we rijden. Er is veel moeras langs de weg die op een dijk is aangelegd en er zijn 120 bruggetjes van hout. Een aantal kunnen we ivm met laag water omzeilen maar bij brug 46, na zo'n 60 km vinden we ons Waterloo. We repareren de brug met wat planken, want er zijn erg veel planken gebroken. Helaas inspecteren we niet de gehele brug en we komen in het tweede gedeelte een erg slecht stuk tegen. We horen veel kraken en zelfs wat breken. Aan de overkant gekomen lopen we terug en schrikken. We hebben het gehaald maar balen wel dat we dezelfde weg terug moeten. 5 bruggen verder zie ik het niet meer zitten, ik wil onze Turtle en mijn nachtrust niet verder op het spel zetten en we draaien om. We leggen nog een paar planken over de gaten en bereiken, zonder er doorheen te zakken maar wel weer met gekraak, de overkant. We gaan weer terug naar de boerderij waar we al drie dagen hadden gestaan en waar we elke morgen worden gewekt door een vogel concert. We kunnen ook mooie wandelingen maken over het terrein en spotten 2 soorten Ara's, veel parkieten, 2 soorten aapjes, herten, capibara's en veel kaaimannen.

Er komen nog een stelletje Belgische overlanders op de camping, Nathaniel en Anita. Zij hebben 5 jaar een werk onderbreking, daar hebben ze in België mooie regelingen voor. Ze reizen in een VW busje dat ze in Chili gekocht hebben. Primitief, maar voor hun echte luxe. Ze hebben al heel wat meer ervaring als wij met het vissen op Piranhas en we hebben 
er zo een stuk of 30 op de kant liggen.




 Ze bijten de lijn zo door, dus moet je eerst een stukje staaldraad monteren. Ze hebben erg gemene tandjes en een beet zal een behoorlijke infectie veroorzaken.
Nathaniel maakt ze schoon en ze gaan op de gril. Er zit erg weinig vlees aan maar het is wel interessant om eens Piranha te hebben gegeten.
We gaan naar het noord-oosten naar de kust en moeten 3000 km rijden. De afstanden zijn giga groot hier. Het is allemaal 2 baans met soms heel veel gaten.
Ik kwam tijdens het zoeken naar reisgidsen toevallig een tv special tegen van Top Gear in Bolivia, echt top humor, een aanrader.

Tot een volgende keer.
Gr. van Joop en Adrie.





woensdag 12 juni 2013

En op naar Bolivia.


We zijn nu ook te vinden op Facebook http://www.facebook.com/joop.bernard.3





Na 10 dagen Iuique verlaten we Fly Park. Iquique is niet de leukste stad om te verblijven, maar Fly Park was goed vertoeven, zeker met onze Zuid Afrikaanse vrienden, een zeer interessante familie. We zullen ze missen.
Als we dan langs de start komen kan ik het niet laten toch nog een uurtje te vliegen. Het was ons een waar genoegen. Leuke mensen ontmoet, maar nu weer verder. We gaan via Arica richting Bolivia.

100 km voor Arica besluiten we naar het strand te rijden voor de nacht. (Caleta Camarone) We zakken in een uitloper van de rivier door harde laag de fesjfesj in. De banden moeten behoorlijk leeg. De lokale vissers kwamen scheppen (die hadden ons van bovenaf zien staan) en op 1.5 bar kwamen we er uit. De mannen moesten wel hard lachen toen ik ze alcoholvrije biertjes gaf. Ja hoor, rare lui die toeristen. Alcoholvrij bier!

We blijven nog wat hangen op het strand bij Arica, maar besluiten om toch al wat omhoog te rijden richting Bolivia, om alvast wat te acclimatiseren. De volgende dag is daar de grens. Chili zijn we zo uit, maar dan Bolivia in. Het is de bekende chaos zoals we gewend zijn van West Afrika, inclusief de corrupte politie. Die vonden deze keer dat we verkeerd geparkeerd stonden, ha, ha. Het formulier voor bescherming van toeristen bracht weer uitkomst. En we mochten weer verder.
Een totaal andere wereld rijden we binnen, het is een stap terug in de tijd en echt een “derde wereld land”. De wegen zijn niet al te best en alle chauffeurs zijn LOCO LOCO. Echt, van alle 60 landen die we gedaan hebben staan deze in de top 3 voor ons.
De nacht valt ook sneller en om 18.00 is het alweer donker. We halen La Paz niet voor het donker en slapen onderweg, net iets van de weg af, achter een grote hoop stenen.


We zijn om 10.00 uur in Hotel Oberland, het overlanders trefpunt in La Paz. We zijn met 8 landen vertegenwoordigd en we passen er met de Turtle nog net tussen.

Coen en Karin-Marijke zijn ook net aan gekomen uit Nederland en waren zo vriendelijk om voor ons onderdelen voor de Turtle mee te nemen. Als dank gaan we samen eten en ik betaal voor een goede soep, een hoofdgerecht en een grote fles Cola: 4 euro, incl fooi. Het is bijna genant.
Adrie wil gelijk al haar keukenspullen verkopen, maar ik vind dat dit hier toch niets opbrengt en kan haar op andere gedachten brengen.

Via via krijgen we een adres van Ingenieria de Transportes om de voorste krukas keerring te vervangen, deze lekt wat olie en ook de thermostaat was defect.
Het is een grote firma in zwaar transport onder Duitse leiding. Helaas hebben we de baas niet ontmoet, deze was ziek. Ze werken alleen aan hun eigen auto's, maar maken voor overlanders een uitzondering. Na veel zoeken vonden we ze en om 11 uur gingen we gelijk aan de gang. Ik had nooit verwacht dat we de klus in een dag konden klaren, maar de dag er op was het een feestdag (Corpus Christi), dus het moest wel. Met man en macht werd er gesleuteld. Met de heftruck werden de intercooler en de radiateur eruit gelift en de thermostaat werd gedemonteerd. De krukas pully zat zo vast als een huis. In het werkplaats handboek van DAF stond een afbeelding van een speciale trekker en die werd in no time op de draaibank gemaakt. Toen gaf het ding zich gewonnen. Gelukkig pasten de onderdelen. Ook vonden ze een nieuwe thermostaat voor het koelsysteem. Na alles weer te hebben gemonteerd en afgevuld met 40 liter nieuwe koelvloeistof konden we, super blij, weg. De volgende dag was een rustdag. Ik was behoorlijk gesloopt en lag om 20.00 uur al op bed. Zo hard werken op 4000 meter, dat is toch wel wennen. Vrijdag gaan gaan we nog een dag voor onderhoud en het maken van een nieuwe radiator bescherming.
Onze dank aan de mannen van http://ingenieriadetransportes.com



We willen naar het Titikaka meer.
We dachten: op zondag komen we wel makkelijk door het chaos verkeer van La Paz. Helaas zijn er dan ook duizenden taxi's onderweg en we hebben twee en een half uur nodig gehad om naar het noorden van de stad te komen. Er wordt gevochten om elke vrije meter en cm op de weg. Regels zijn er niet.
Het Tititaka meer is op 3800 meter het hoogste meer te wereld en bekend van de grote drijvende Totorariet eilanden en boten.

We zien onderweg een groot feest bij een kerk en gaan er even kijken, leuk en luid met 's morgens al veel bier. Hierna een heerlijke forel uit het meer gegeten.
Voor we met de ferry naar Copacabana rijden, slapen we in een klein dorpje aan het meer. Helaas heeft Joop het weer moeilijk op deze hoogte en na een slechte nacht en pijn in zijn borst, besluiten we de het bezoek aan Copacabana te schrappen en terug te gaan naar La Paz.
Op de weg terug hebben we een leuke ontmoeting met een man die Thor Heyerdahl geholpen heeft de Totorariet boot Ra II te bouwen. Deze is van Marokko naar Barbados gevaren om te bewijzen dat dat kon. Paulino Esteban is nu meer dan 80 jr oud en een interessante man.
Joop wil de meest gevaarlijke weg ter wereld, tussen La Paz en Coroico, nog rijden met de motor, maar weer een slechte nacht doet ons besluiten toch maar wat lager te gaan en 400 km verderop begint het eindelijk te dalen.
Helaas komen we in het donker aan in Cochabamba. We hadden een camping gevonden via internet, maar liepen onderweg vast en konden het niet vinden. We zijn toen naast een kerk met school gaan staan. De bewaker wilde dat we ons eerst bij de politie gingen registreren? We hebben hem toen een fiche gegeven met onze gegevens en toen mochten we blijven staan.






We hadden een National Park Toro Toro ontdekt, 100 km zuid van Cochabamba. Hier zouden veel 
Dinosaurus sporen zijn en het zou er erg mooi zijn. De weg is best ruim aangelegd met stenen uit de rivier, dus een echte kasseien weg. 
Onderweg slapen we nog een keer in de rivierbedding en de volgende morgen zijn we al vroeg in Toro Toro. We vinden een goede plek om de Turtle neer te zetten. In het dorp vinden we een paar andere toeristen om samen een toer te maken. (dan kun je de kosten delen) Eerst een wandeling bij en over prachtige rotsformaties en dan een grotten tocht. Erg mooi en het was best lastig op deze hoogte, 3700 m. om door zo een grot te kleuteren. Adrie had het na het lopen en klauteren wel gehad en is wijselijk niet mee gegaan de grot in.
Na drie dagen verlaten we Toro Toro om om via de zuidelijke route naar Santa Cruz te rijden. Heel apart. Zo rij je dagen in de woestijn en dan ineens duik je het regenwoud in.
We besluiten om al wat van de pas naar beneden te rijden om niet zo hoog te hoeven overnachten. Wat een vergissing. We komen in een file terecht. Het heeft wat geregend en de vrachtauto's helling op hebben geen grip op de gladde weg. Het verkeer breekt uit in chaos, alle personenauto's rijden langs de vrachtauto's op wat dan weer het tegen verkeer geen mogelijkheid geeft om omhoog te rijden en de vrachtauto, ja ook wij, laten die eikels er niet tussen. Het gevolg is dat we 's nacht om 2 uur niet meer vooruit komen. We vinden een plekje lang de weg en proberen wat te slapen. We zijn erg moe en al de hele dag aan het rijden. Ondanks alles kunnen we nog 4 uur slapen. 's Morgens beweegt het weer en we sluiten aan. Meter voor meter komen we de berg op en 17 uur later zijn we aan de andere kant beneden. Wat een gekkenhuis. Maar ach, we zijn nog heel, dus wat wil je meer.
We proberen info te vinden over Carrasco National Park om dat te bezoeken. Het probleem is dat je er alleen met een gids in kan en dan nog alleen in het weekend of op afspraak. Het touristen kantoor is echter dicht en het wordt niets.

Van vrienden kregen we bericht dat ze 200 km verder op 
onze route bij een mooi hotel staan. We zouden daar dus met drie uurtjes kunnen zijn. We komen helaas weer in een file. Wat blijkt: de studenten zijn aan het protesteren en hebben wegblokkades opgeworpen. Volgens een chauffeur zal het om 12 uur 's nachts weer open gaan en waarschijnlijk de volgende dag weer geblokkeerd worden. We draaien om en besluiten de Turtle een grondige wasbeurt te geven bij de rivier. Een mooie klus en hard nodig na al die maanden stof en zout wegen. Met onze eigen pomp pompen we water uit de rivier en na een paar uur glimt hij weer. We begrijpen van iemand anders dat de blokkade om 4 uur al wordt opgeheven, dus gelukkig hoeven we niet in het donker te rijden. De weg is leeg. Maar helaas niet voor lang, want we halen de file al snel in. De auto's en trucks hebben moeite met alle opgeworpen blokkades. Ook zien we erg veel glas op de weg van gesneuvelde ruiten. We waren blij dat we er niet tussen hebben gestaan met die rellen.

Drie km voor het tolstation loopt alles weer vast: de personen auto's dringen weer voor en rijden langs de file wat dus weer de nodige taferelen oplevert met het tegen verkeer. Volgens mij loopt de meest gevaarlijke weg ter wereld gewoon door heel Bolivia.
Ondanks de coordinaten die we van Ruedi en Susi http://schoensleben.ch gekregen hebben we moeite om hen te vinden. We vragen een jongeman op een brommer, die weet waar het is, om ons er heen te begeleiden in het aardedonker. Het is een schitterende lodge met zwembad en met een wondermooi uitzicht. Hier blijven echt wel een paar dagen.

Tot een volgende keer.
Gr. Joop en Adrie.